Archief voor juli, 2007
Voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies.

Terwijl ik mijn BT lifter met vier wieltjes over de betonnen vloer van de fabriek duw denk ik na over de fiets die ik zal kopen. Mijn eigen tweewieler is namelijk gepikt, maar gelukkig wil Randstad me uit de nood helpen. Dit baantje verdient aardig en met een extra slot zou ik me een heel mooie racefiets kunnen veroorloven. De bel gaat. Het is pauze. Als een bekwame gynaecoloog haal ik mijn doosje spaghetti uit de met naakte vrouwenposter beplakte koelkast. Even de microgolf aan om alles op te warmen en dan de eetzaal opzoeken. Tijdens de maaltijd betrap ik mezelf op een kleine perverse gedachte. “Dat moet door al die posters komen” maak ik mezelf verontschuldigend wijs. Niet de affiches die ons jobstudenten wijzen op het belang van veiligheid of de voetbalclub uit Lierse in het seizoen 1996-1997, maar meestal de decoraties met een P van magazine of layboy. Het schijnt goed te zijn voor je mannelijke hormonen. Terwijl ik veder eet blijkt mijn freudiaanse perversie toch dichter bij de waarheid te liggen dan ik hoopte. Toen mij namelijk ter oren kwam dat het maar 10 euro kost voor één nacht, kon ik het niet helpen dat mijn gedachten uitgingen naar plaatsen waar ook de twee Jerichoverspieders plachten te komen. Even verweet ik mijzelf deze merkwaardige verbinding die gelegd werd door de combinatie van de woorden ‘euro’ en ‘nacht’. Achter mij vertelt Harry de sekstoerist in geuren en kleuren waarom de omgebouwde mannen met sterke handen eigenlijk beter zijn dan de andere hoertjes. “Zo zit dat dus” concludeer ik “dat mag ik niet vergeten”. Op het nieuws hoor ik dat een wielrenner uit de tour is gezet. Het verbaast me meer dat er nog wielrenners in de tour zitten dan het rapport waarin staat dat de fietser in kwestie een te hoge testosteronwaarde heeft.
Uit de buurt van fluovestjes
Er zijn van die dingen in het leven die je met volle borst een halt wil toeroepen. Meestal gaat het om kleine onzinnigheden die vanzelf voorbij gaan. Niets lijkt minder waar met de gele fluovestjeshype. Terwijl vandaag, wegens een geschorste fietser, de Tour de France van start ging zonder gele trui werd het hele peloton voorafgegaan en afgesloten door auto’s met vermoedelijk allen minstens één oversized geel polyester met reflecterende strippen gedecoreerd jasje in de achterbank. Argumenten voor deze toedracht diept men op uit het veiligheidsvaatje. In geval van pech aan de weg loopt men zelfs het risico om een bekeuring te krijgen voor het niet dragen van een zodanig jasje. Vijanden uit de lagere school waren milder met klasgenoten die de verkeerde kleren droegen.
Toen ik enkele weken geleden tijdens een late wandeltocht een vriendin tegenkwam kreeg ik in plaats van een hartelijke groet een mond vol verwijt dat ik wel dood had kunnen zijn en geen veiligheidsmaatregelen had genomen. Zelfs in de bus naar Leuven kreeg een medereiziger mijn bloed tot op het kookpunt door het onverstoord dragen van deze veiligheidsmaatregel twee uur lang. Wat bezielt die mensen? Zien ze dan zelf niet dat ze met beide ogen rechtstreeks in dezelfde val lopen waarin nu miljoenen verslaafden uit proberen te komen. Over tien jaar komen wetenschappers immers met een verbluffend doch onthullend rapport waarin het dragen van gele fluojasjes wordt aangewezen als doodsoorzaak nummer één! Voorlopig is de wetenschap nog niet zo ver, toch durf ik u allen op te roepen om te bezinnen over de gevolgen van ingrediënten als reflecterende strips, geel en fluo.
Overtuigd Sanguinisch II
Ik heb mijn koptelefoon terug. Eigenlijk had ik allang een andere, bijzonder groot en lelijk, maar kon me er tot dusver niet bij neerleggen dat een dergelijk monster geen opzienbarende aanstoot geeft. Medereizigers mogen weer zo hard rochelen als ze willen, de muziek van ‘Doe Maar’ overstemt alles. In de bus, op de bank achter mij, zit een ongeveer tweeëntwintig jarige studente. Een mooi gezicht vol tranen. Misschien maakt het huilen haar nog mooier. Toch maken de plengoffers mij week en ik voel er veel voor om naast haar te gaan zitten, mijn arm om haar te slaan en haar te troosten. Misschien omdat ze zo mooi is. Met haar gsm praat ze over thesisproblemen. Studentenellende waar niemand beter van wordt. En dan te bedenken dat er werkende mensen zijn die geen flauw benul hebben van het leed dat dergelijke studerende meisjes doorstaan. Ik troost haar niet. Ik durf het niet. De humane wetenschap heeft trouwens al lang aangetoond dat mensen in groep zelden durven ingrijpen wanneer er zich een publiekelijk drama afspeelt. En zelfs als ze werd aangevallen en een verdrietig slachtoffer dreigde te worden binnen de duidelijk omschreven grenzen van zinloos geweld… zou ik ingrijpen? Zou ik niet de waarde van eigen welzijn zwaarder laten doorwegen dan de geboden mogelijkheid te redden en minstens haar eeuwige held te worden. Nu kies ik er in ieder geval voor om anderhalf uur zinloos verdriet te tolereren. Ik ben sanguinisch, maar durf mijn overtuiging geen hulde te bewijzen. Een hartverwarmende knuffel zit er voor ons beiden niet in. Ik luister muziek en doe maar net alsof mij neus bloedt.
