Archief voor augustus, 2007
groetjes uit de Bron I
Het is zoals gek dat ik ervan word. Als je dan zoals een Amerikaanse hoort zeggen zoiets zoals ‘We were like barbecue’n like in like august that whas like awesome’ dan denk je bij jezelf dit is zoals te gek voor woorden. Verder rijst in mij zoiets als een lied zoals ’that’s not like the way, uhu uhu, I like like it, uhu uhu’
‘OJO’ en ‘OJE’: dichterlijke vrijheid of afbreuk aan de canon?
Op de internetpagina van Ichtus Gent las ik het volgende: “We willen ons graag verdiepen in het woord van God en het gebruik ervan. Vaak gaan we er te licht over en halen we verzen uit hun context.”
Dat zowel de medewerkers van de NBV 2004 als de studenten van Ichtus een christelijke boodschap willen uitdragen zal niemand verbazen, maar dat de bijbel door de Gentse postmoderne hermeneutiek gedegradeerd wordt tot een inspiratiebron waaruit men in alle vrijheid mag interpreteren en zelfs veranderen, doet minstens de wenkbrauwen fronzen van een ieder die zich bekommert om de goede vertaling van Gods woord. Op hun kersverse website www.ichtusgent.be laten de Gentse Ichtianen weten: ‘ojo maat, vree wijs’ te zijn. De woorden ‘maat’, ‘wijs’ en zelfs ‘vree’ mogen niemand vreemd in de oren klinken terwijl ‘ojo‘ op zijn minst een middelmatig tot slecht taalgevoel doet vermoeden. In de nieuwe bijbelvertaling kwam ik in Samuël 24:5b een gelijkaardige strottenhoofdbreker tegen: “Ik zal je vijand aan je uitleveren; oje kunt met hem doen wat je goeddunkt.”
Terwijl het in de grondtekst vermelde `asah absoluut geen ruimte laat voor de mogelijkheid ‘oje‘, kiezen de vertalers er toch voor om in de eerste geprinte editie van de NBV 2004 zich in te laten met deze Oost-Vlaamse dichterlijke vrijheid. Vreemd, want nergens anders in de bijbel vinden we ook maar de minste aanleiding om in het geval àsah te spreken van ‘ojo’, ‘oje’ of enige andere gelijkklinkende wansmakelijkheid. Niet onterecht heeft de NBV redactie deze hermeneutische blunder rechtgezet op de online versie: www.nbv.nl. Of het ook de invloed van Gentse poëzie is die de vertalers van Samuël hebben doen besluiten om 2 Samuël 5:12 te interpreteren als: “David besefte dat de HEER hem als vorst over had Israël aangesteld” is wellicht een vraag die in de Oost-Vlaamse hoofdstad aan bod zal komen. Het thema van Ichtus Gent dit jaar is immers ”Verantwoord Bijbelgebruik”.
Voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies II.
“Masturbeerde gij?” roept mijn getatoeëerde collega boven het lawaai van de machines uit. Langzaam haal ik de gele dopjes uit mijn oren en terwijl het lawaai zijn intrede doet, antwoord ik “theologie”. Met het besef van mijnentwege dat “wastudeerde gij” inderdaad een aannemelijker vraag was, groeit het besef van zijnentwege dat mijn antwoord hem eigenlijk onbekend in de oren klinkt. Uiteindelijk geeft hij het op en vraagt: “wa is da?”. “Godsdienst” zeg ik snel, want ik heb dit gesprek al honderd keer gevoerd, straks gaat hij vragen of ik pastoor ga worden en ik zet alvast een ontkennend gezicht op om mijn “nee” kracht bij te zetten. Ik zie dat mijn antwoord hem gunstig stemt. “Leraar dan…” probeert hij. Graag bevestig ik zijn tweede poging. Lachend vraagt hij nu: “dan mag ik zekers geen ‘godverdoeme’ zegge?”. “Vloeken is sowieso geen goed plan” lach ik oprecht terug. Meer nog dan bij de introductie van het woord ‘theologie’ vouwt hij zijn gezicht in een ernstig denkende plooi. Terwijl ik me voorbereid op een antwoord wacht ik geduldig tot ik hem zie vragen: “waarom niet?”. “Omdat je dan vraagt ‘God, verdoem mij’”. Ik geniet van de vertwijfelde verbazing waarmee hij me aankijkt. Nog voordat hij het zelf kan, roep ik: “zo had ik het nog niet bekeken”. “Nee…” piekert hij nog even na, “maar er zijn er veul die da zegge he?”.
Mijn broertjes en ik.

Mijn broertjes en ik, wij gingen vroeger nooit naar een museum. We gingen ook nooit bootje paden in de zee of dansen op feesten of skiën in Tirol. Geen pretpark, kermis, restaurant, bioscoop of muziek in de auto lag ooit op onze weg. Het enige festival wat we deden was de Gentse conferentie, een hoogtepunt. We deden wel de opendeurdagen van een compostbedrijf, een farmaceutische fabriek en een drukkerij eer aan. Dierentuinen, natuurwandelingen, en tuincentra waren ook favoriet. Als goede calvinisten waren we getraind om Gods schepping te waarderen, handel en nijverheid in het schild te dragen. Al de rest was voor moderne levensgenieters, Belgen en heidenen of soms het ergste van allemaal… een veelvoorkomende combinatie van de drie. Ik heb nog veel in te halen. 
