Archief voor oktober, 2007

Ik kan je niets beloven

“Ik kan je niets beloven” had ze gezegd. Vanaf dat moment wist hij waar hij aan toe was, zonder er zich warm of koud bij te voelen. Hij voelde niet hoe, bij het uitspreken van die woorden, het laatste beetje wat hem nog van lang gekoesterde maagdelijkheid restte, onder grote druk was komen te staan. Al zijn voornemens, zijn principes… ze hingen in een gevoelloze damp rond de steeds groter wordende vlam die zijn vuur van lieve lust en snelle passie brandend hield.  Als dunne druppels die blijven liggen op dik hoofdhaar zonder dat ze de schedel natmaken, probeerden eens plechtig gemaakte beloftes hun manifest te scanderen. Hij luisterde niet. Herinneringen aan spreuken en verzen deden een laatste poging hem tot bezinning te brengen, maar kregen zelfs de kans niet door hem heen te rijmen. Zij drukte haar ware liefde wachtend tegen hem aan terwijl de stof van haar blouse zich ongelijk spande om haar mooie vormen.  Hij had zoiets nog nooit gevoeld, en ook nu voelde hij niet. De duivel was wakker. Dronken van plezier. Nog even en dan kon Lucifer zich tevreden tussen hen in te slapen leggen op het kopkussen waar nog later een huilende moeder twee lange blonde haren zou vinden. Maar nu waren het nog de haren waar zijn handen op rustten, de haren waardoor twee bruine ogen brutaal omhoog keken en daar bevestiging vroegen.  “Blijf je bij me?” vroeg hij terug. Ze glimlachte en fluisterde een tweede keer: “ik kan je niets beloven”.

Arnold van Gennep, Fred Durst en Plato II

Ik luister te veel.

limp_bizkit_chocolate_starfish_and_the_hotdog_flavored_water.jpg

Te veel Fred Durst. De mooie herinneringen die zijn muziek opriep uit de tijd dat ik wandelende in de Antwerpse jodenbuurt en het keep on rollin’ advies ter harte nemend knipoogde naar verlegen Joodse meisjes die nog geen pruik droegen, maken plaats voor de onbestemde indrukken van het claustrofobische Leuvense straatbeeld. Ik moet stoppen met luisteren. Stoppen voordat de Leuvense lucht het Antwerpse aroma aan de “Chocolate Starfish and the Hot Dog Flavored Water” helemaal heeft verwaterd.

Beiden fake

Filmpjes bekijken, een opname van een preek. Een preek van Djeek. Ik kon er niet tegen, zijn hypocrietie maakte me week. Later nog een filmpje. Jakuh verkleed als de verstrooide professor, in het klassieke theater, op de houten planken, voor het rode doek. Het hield geen steek. Ik genoot ervan. Beiden fake. Jakuh en Djeek. Maar wat bleek? Speelde Jakuh de dansende clown achter de kansel meer toneel dan voor de rode dradenstreek?

Doelgerichte kogels

“Dat is lang geleden” zei de dokter toen hij mijn naam ontdekte op zijn computerscherm. Hij had gelijk. Ik hou niet van dokters. En nu stond ik hier, om het bewijs te halen dat ik gezond ben. “Ik heb het nodig voor een job in het onderwijs”. Vijf minuten later zijn we klaar. Mijn dokter is vriendelijk en rond het bezoekje af met semi-profetische woorden: “het begin van een carrière”. Met het papiertje opgefrommeld in mijn zak fiets ik weer de donkere natte straten in. Mijn koptelefoon speelt van:

“May Your Kingdom come
And Your will be done
As we serve Your heart
Serve Your heart
Let salvation flow
As Your people pray
Lord we long for more
Long for more”

Ik zing luid mee. Een gelukkige jongeman, aan het begin van zijn carrière, nog zonder vrouw of kinderen, een splinternieuw gezondheidsbewijs op zak, een bloeddruk van dertien op acht.

PIEF, POEF, PAF.

Drie doelgerichte kogels doorboren zijn hart. Hij valt met mijn fiets in een plas. Doodse stilte. Het voorwiel blijft nog draaien. Niet lang want de dynamo zorgt voor weerstand, de enige weerstand die geboden werd bij deze tragische moord. Langzaam dooft het licht. Hij ligt mijn lichaam, bloedt mijn bloed en zwijgt mijn gezang. Vijf minuten later vindt een wandelaar mijn lijk. Daarnaast de koptelefoon die inmiddels een volgend liedje is begonnen:

“No wonder I call You the Saviour
No wonder I’m singing”

Het was het allerbeste, het meest perfecte, met stip het briljantste moment voor een aanslag op hem, op mij. De moordenaar hoefde zelfs niet bang te zijn dat ergens in de schoot van een vrouw een door mij verwekte zoon zou groeien die over vierentwintig jaar wraak kon nemen. Vijf minuten later kom ik thuis. “Je hebt je kans verkeken lafaard” denk ik terwijl ik de garagedeur sluit “je komt vijf minuten te laat.”

De muziek in mijn koptelefoon kwam uit:
Hillsong United, United We Stand