Archief voor november, 2007

Bos

Ik kan het me niet anders voorstellen dan dat ze mij vulde met een diepe rust. Soms melancholisch maar altijd gevuld met een oprechte kwetsbaarheid, bereid om ieder moment haar diepste geheim te delen. Ook nu spring ik met een warm voorgevoel over de vangrails die me van het bos scheiden wil.Dat ik voor haar niet de ware ben, de enige gelukkige die haar beminnen mag, is waarheid die ik nu nog voor me uitschuif. Dan komt de eerste rivaal, een sukkel met zijn hond.

Hij kent de naam van elke paddenstoel, elke vogel, elke boomhut. Hij waant zich de boswachter, de gynaecoloog van het woud… en hoopt haar onder die bevoegdheid volkomen in te palmen. Zijn poging degenereert echter het abstracte schilderij waarvan onbenoemde geluiden, geuren en kleuren de compositie vormen tot een paint-by-number werkje. Plas ik in de beek en hij wordt giftig, ga ik liggen in het gras naast de weg en hij wordt groen. Toch ben ik niet jaloers op hem. Ik weet dat het bos mij honderd keer meer lief heeft, simpelweg omdat ik haar toesta mij honderd keer meer te geven dan Latijnse vogelnamen en de afbakening haar paden. Ze vergist zich niet wanneer ook andere minnaars, bejaarden met een skiuitrusting alsof ze de Mont-Blanc gaan beklimmen, door haar worden afgewimpeld als hopeloze helden op stokken. Niets of niemand om jaloers op te zijn. Ik ben van haar, en zij is van mij.

Na een half uur kom ik op een plaats waar een groot aantal bomen gekapt of gesnoeid is. Het doet me denken aan gladde benen, en vol bewondering ruik ik de geur van hars. Is het toevallig dat ik op deze intieme plek mijn grootste concurrent tegenkom? Geen witte skistokken, geen hond en op het eerste gezicht ook geen kennis van Latijnse terminologie. In de schaduw van een beuk kijkt hij me uitdagend aan. Terwijl ik al die tijd traag geslenterd heb versnel ik nu mijn pas om de confrontatie aan te gaan. Oogcontact… een knipoogje… een homoseksuele pedofiel. Behoedzaam probeert hij me te lokken met chocoladesigaretten. Beleefd antwoord ik dat ik mezelf te oud acht voor een pedofiel, dat het oktober is en ik bijgevolg geen sigaret aanraak, en dat hij het pakje niet op een plek moet steken waar het zonlicht niet schijnt. Ik heb geleerd zulke dingen goed aan te pakken. Mijn vriend Simon reageerde in een dergelijk situatie door te zeggen dat hij te hetero was voor een homoseksueel, geen melkchocolade lustte maar enkel puur en dat de pedofiel het pakje chocoladesigaretten moest steken op een plek waar het zonlicht niet schijnt. Dat was dom geweest. Zulke woorden winden deze mannen juist op. Daarenboven is dat plekje, ondanks het feit dat er geen zon schijnt, te warm en doet de chocola smelten. Gelukkig is Simon een fanatiek beoefenaar van Ju-Jutsi, karate en rugby en laat niet makkelijk een kans liggen om een fraaie combinatie van deze drie sporten te demonstreren. Medelijdend haal ik het afgekloven stukje zoethout tussen mijn tanden en geef het hem. “Probeer dit eens” fluister ik “een zoethoudertje”. Begripvol kijkt de man me aan. Hij weet dat zijn strijd verloren is.

Iets verder rent een meisje, het haar in een staart. Ze is mooi. Ik laat haar stoppen en waarschuw voor de verkrachter. Dan zie ik onder haar trui een stukje fluorisrend geel textiel. Teleurgesteld kijk ik haar aan en zeg op een toon zo cynisch dat zelfs een telefoniste van Nuons klantendienst het gehoord moet hebben: “Mooi vestje trouwens!” Ze bloost. En daar, midden in het bos en buiten adem, mijn opmerking voor een openingszin aanziend, vraagt ze of ik misschien een safke voor haar heb. “Meisje toch…” gebaar ik hulpeloos “het is oktober”.