Hier rust Vrede.

Het werd herfst.
Vinkje zat in het park,
Op het pad naast het zwembad.
In het gras zag hij iets bewegen.
Vinkje dacht: “Dat is een mooie vriend.”
Eigenlijk was het een vriendin,
Het was een duif.
Een oude tortelduif.

De oude duif had geen naam.
Ze had er nooit een gekregen.
Vinkje noemde haar: “mevrouw de Duif”.
Ze werden vrienden.

Het werd winter.
Vinkje ging op reis,
met de hele familie Vink.
In het park nam hij afscheid van zijn vrienden.
Ook van mevrouw de Duif.
Ze pikte juist een beukennootje met haar snavel.
“Wat doe je?” vroeg Vinkje.

“Ik help de eekhoorn” zei de duif.
“In de winter blijf ik in het park.”
“Nu verzamel ik nootjes die de eekhoorn dan eten kan.”
“Ik help je” zei Vinkje.

Het werd avond.
Vinkje zat te rusten op een tak.
Hij keek naar zijn vriendin: “mevrouw de Duif”
Ze had een beukennoot in de snavel.
“Ik zal haar missen deze winter” dacht hij.
“Gelukkig zie ik haar in de lente weer.”
MAAR WAT WAS DAT?

“Pas op” riep Vinkje “een poes”
Te laat! De duif zat tussen twee zwarte poten.
Fladderend probeerde ze weg te vliegen.
“Laat haar los” riep Vinkje.

Daar lag de duif, doodstil.
Het beukennootje zat nog in haar snavel.
Vinkje keek haar droevig aan.
Hij dacht: “Dat is een zieke vriend”
Eigenlijk was ze gewond.
Ze was dood.
Een dode tortelduif.

Het werd avond.
De dode duif lag er nog steeds.
Op het pad naast het zwembad.
Vinkje was bang: “wie kwam daar aan?”

Een dame in badpak stopte bij de duif.
“Wat vies” zei ze, “wie ruimt dit op?”
“Gaan duiven naar de hemel?”vroeg een jongen.
“Iemand heeft eten met gif gemengd en uitgedeeld”
deelde een politieman mee.
“Niets gemend en niets gedeeld” mengde de boswachter zich.
“Deze vogel is aangevallen!”

“Wie doet nu zoiets in vredesnaam?” vroeg de dame.
Vrede” zei een meisje, “dat is inderdaad een mooie naam”.
Ze begroef de duif en maakte een  bordje:
Hier rust Vrede

Vink had alles gehoord en gezien.
Hoe de duif was gestorven.
Hoe iedereen vragen stelde.
Hoe verdrietig het kleine meisje was.
Hoe de dode duif een naam kreeg.
Hoe ze begraven werd.
Hij zou haar nooit meer zien.

De dode Duif had nu een naam.
Ze had er nooit een gekregen.
En toen ze dood ging noemde iemand haar: “Vrede“.
Ooit waren ze vrienden, Vink en Vrede.

Het werd lente.
Vinkje zat in het park,
Op het pad naast het zwembad.
In het gras zag hij iets bewegen.
Vinkje dacht: “Dat is een mooie boom.”
Eigenlijk was het nog een plantje,
Het was nog heel klein.
Een heel klein beukenboompje.

2 Reacties »

  niennathalie wrote @

Vinkje (l)

  brambonius wrote @

En dan moeten de mensen van de groendienst de beukenzaailingen verwijderen elk jaar…


Uw reactie

HTML-Tags:
<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <pre> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>