In reactie op:
‘Jammer, jammer, jammer. Jammer dat parodie blijkbaar niet kan samengaan met opbouwende kritiek en kwaliteit.
Er is een verschil tussen ‘goedkoop’ en ’slecht’. Dit nummer is goedkoop én slecht. De tekst gaat werkelijk nergens over. Er zitten niet eens stijlvormen in, geen knipogen of wat dan ook. Gespeeld door een of ander anti-kerkelijk bandje uit Vlaanderen.
Ik vraag me ook af wat er mis is met de genoemde nummers 586 en 342. Er zal best wat over de Opwekkingsnummers te vertellen vallen.
Maar er wordt hier door Goedgelovig één grote zaak zonder enige schaamte overboord gegooid: het gaat om aanbidding. Dat kan zelfs met slechte nummers en goedkope refreintjes (liever niet). Dat aspect met die Geestgevulde aanbidding mis ik bij Goedgelovig. Maar misschien zijn zij zelf gefrustreerde kerkverlaters die nooit in de Geest gedoopt zijn en dus eigenlijk ook maar wat ‘gissen’?
Henk, 10 januari ‘08
Beste Henk,
Gesloten ogen zeggen veel. Ze spreken van angst, twijfel, moeite en soms zelfs van schaamte. Hoewel dit geen populaire woorden zijn in de nieuwste aanvullingen van de opwekkingsbundel, want ‘overvloedig is de vreugde die U als een vriend aan mij geeft’ (660) en ‘Winter en zomer, bergen en stromen fluisteren zacht zijn naam’ (664) om nog maar te zwijgen van ‘Oooh’(667), lijken deze begrippen wel ‘de gevoeligheid in het land’ weer te geven waar het verontschuldigende stukje tekst dat het gat opvult tussen de profetische geluiden uit ‘Ooit komt er een dag’ en ‘Hoor het geluid van volken die God aanbidden’ van respectievelijk opwekkingsnummers 665 en 667, over verteld. Kan de plaatsing van een niet minder realistisch en bijbels onderbouwde maar minder rooskleurige toekomstverwachting dan op zoveel onbegrip stuiten dat reacties worden gegoten in een veroordelend kader waarvan termen als ‘gefrustreerde kerkverlater’ en ‘ongedoopt in de heilige geest’ de omlijsting vormen? Is, zonder zelfs heel diep te hoeven graven in eschatologische studies, een eindtijd waarin verdrukking en stigmatisering van de kerk plaatsvinden, dan zo ondenkbaar? De zelfzekerheid en vreugde die zo overvloedig van de gele blaadjes druipt lijkt dan plots in een schril contrast te staan met de angst en schaamte voor een eenvoudig getal dat toevallig uit drie zessen bestaat. Komt het doordat deze kerk enkel gebouwd wordt diep in harten (opwekking 649) in plaats van zich ook gefundeerd te weten op rotsvaste zekerheid, dat een instantie die verantwoordelijkheid draagt voor de liturgische invulling van een grote groep gelovigen plots alleen komt te staan, overgeleverd aan een ‘gevoeligheid’ waarop het geen beter antwoord kan geven dan het in leven roepen van een nieuw ‘taboe’? Is dit wat de grote inspirator van de opwekkingsbundel heeft bedoeld wanneer hij schreef: ‘Kwaadwilligen kwamen op mij af om mij levend te verslinden, mijn vijanden belaagden mij, maar zij struikelden, zij vielen. Al trok een leger tegen mij op, mijn hart zou onbevreesd zijn, al woedde er en een oorlog tegen mij, nog zou ik mij veilig weten (Psalm 27:2-3)’? Spreekt het omgaan met de kwestie 666 niet eerder van een bevreesd hart en een schichtig gevoel van onveiligheid waar elk vijandig leger in zijn vuistje om lachen moet? Sta niet toe dat ze zich om mij vermaken, laat hun niet kunnen denken: ‘Dit is wat we wilden.( Psalm 35: 24b-25a )’ Het gat dat stichting opwekking heeft achtergelaten was meer dan een ontbreken van een nummer. Het dreigde de kuil te worden waar de ene blinde de andere in begeleidt (Mat. 15:14). Het was de iris van angst en twijfel die in de ogen moest worden gekeken, maar in plaats daarvan sloot opwekking zelf de ogen.
Je zei ook, Henk, dat er geen stijlfiguren of knipogen in de tekst zaten. Ik ben toen even naar de tekst gegaan want het was al weer even geleden dat ik die voor het laatst gezien had, en heb gekeken of dit ontbreken er inderdaad was.
Zullen we samen even kijken?
Achterstevoren kun je het horen,
dat ene nummer daarginds.
Naast de vormelijke knipoog naar Johannes de Heer nr. 836 en opwekking 90 door het woord ‘daarginds’ is er de verwijzing naar het feit dat zowel het woord ‘zes zes zes’ als het getal 666 een palindroom zijn. Tegelijkertijd blijft de concrete invulling van dat nummer in het liedje nog onbekend. De verwachting dat een invulling van dat nummer gegeven zal worden wordt in deze eerste zin gecreëerd. Hoewel iedereen weet om welk getal het gaat komt het getal zelf in het hele lied niet voor. Hierdoor wordt een beroep gedaan op het inzicht en de creativiteit van de lezer om zelf op zoek te gaan naar dat nummer. Hier komt het aan op wijsheid. De knipoog naar ‘het achterstevoren draaien van liedjes om zo geheime boodschappen te ontdekken’ is je ook niet opgevallen?
Staat het verloren tussen je oren?
Hef je linkerhand nu op!
Dit is een verwijzing naar het bijbelvers dat in de hele kwestie 666 de belangrijkste plaats inneemt:Openbaring 13:18 ‘Hier komt het aan op wijsheid. Laat ieder die inzicht heeft het getal van het beest ontcijferen; er wordt een mens mee aangeduid. Het getal is zeshonderdzesenzestig.’ Van dit getal wordt beweerd dat het te vinden zal zijn op voorhoofden en rechterhanden: Openb. 13:16 ‘Verder liet het bij alle mensen, jong en oud, rijk en arm, slaaf en vrije, een merkteken zetten op hun rechterhand of op hun voorhoofd.’ Vandaar de vraag of het verloren staat tussen je oren, en de opdracht om niet de rechter, maar de linkerhand op te heffen. Ook hier is er een knipoog te ontdekken in het typische patroon van een vraag: ‘Staat het verloren?’ die beantwoord wordt met een opdracht: ‘Hef je linkerhand nu op!’, dat in de andere strofen van het lied terugkomt en herkenbaar is van veel andere opwekkingsliedjes zoals opwekking 606: ‘O, hart vol zorg, wat drukt je neer? Is het de last die je opneemt telkens weer? (vraag) Geef hem je lasten, want Hij is trouw.(opdracht)’ of opwekking 413, Hoe kom ik van zonden vrij? (vraag) Leid mij naar het kruis van Jezus (antwoord). Het ‘verloren’ staan is een duidelijke stijlfiguur voor ‘geschreven’ of ‘gedrukt’ staan. Heel veel interpretaties van Openbaring 13:16 interpreteren dit ‘zetten’ als ‘schrijven’ of ‘bekladden’ terwijl het verwijst naar het Griekse ‘dósé‘ wat beter vertaald kan worden met ‘aanbrengen’ of ‘geven’. Toch kiest men in veel visualisaties van dit gegeven voor een duidelijk ‘schrijven’ en de met stift bekladde voorhoofden in het clipje van opwekking 666 proberen ook daar, juist in het overdrijven ervan, aan te geven dat een dergelijk voorgesteld scenario in veel populaire ‘rapture thrillers’ op die manier meer gebaseerd is op menselijk fantasieën dan op wat er in Openbaring over gezegd wordt. Het ‘verloren’ staan is dus niet alleen een stijlfiguur, het probeert de oorspronkelijke tekst goed te interpreteren. Tot slot mogen we niet vergeten te kijken naar de toespeling die de opdracht ‘Hef je linkerhand nu op!’ maakt op een lange lijst opwekkingsliedjes waarin men wordt aangespoord om de handen op te heffen. Terwijl dit vaak een collectief gebeuren beoogt, is er hier gekozen voor een tweede persoon enkelvoud: ‘hef je linkerhand op’. Zo loopt het lied schertsend vooruit op de toenemende tendens van individualiteit en banaliteit in de hedendaagse aanbiddingsliederen. Trouwens, de verwijzing hier naar het gezegde ‘het zit tussen je oren’ , waarmee bedoeld wordt dat veel van de leeuwen en beren die we zien eerder psychologisch zijn en dat het in werkelijkheid allemaal wel meevalt, is je dan ook ontgaan?
Zing een liefdeslied, zing een liefdeslied,
Dan komt de lezer aan het refrein. Wordt hij hier onmiddellijk geconfronteerd met een schijnbare wending? Wat heeft een genre ‘liefdesliederen’ te maken met opwekkingsliederen? Hiervoor gaan we naar de psalmen, en zien daar dat een aantal ervan oorspronkelijk ook geschreven werd als ‘liefdesliederen’. Een voorbeeld hiervan is Psalm 46. ‘Liefdeslied’ is in dit geval dus niet meer dan een stijlfiguur voor ‘psalm’ of ‘aanbiddingslied’. De herhaling van deze opdracht is een gegeven dat men aan het gele papier wel kan toevertrouwen. Tevens komt het bevel om een lied te zingen een geoefende opwekkingsliedzinger en/of bijbellezer heel bekend voor.
Ruil je lofgewaad in voor een rouwkleed.
In eerste instantie denkt men bij deze regel aan een omdraaien van de woorden zoals die in opwekking 603 klinken: ‘Ruil je rouwkleed in voor een lofgewaad’, een knipoog die dan ook onmiskenbaar aanwezig is. Terwijl opwekking 603 zich baseerde op Jesaja 61:3, verliest het waardevolle waarschuwingen in hetzelfde bijbelboek uit het oog: Beef, jullie zorgelozen, sidder, jullie die vol vertrouwen zijn. Kleed je uit tot op het naakte lijf en trek een rouwkleed aan. (Jesaja 32:11). Het schijnbare zelfvertrouwen dat hier door de profeet letterlijk wordt ontmanteld en in sidderen vertaald wordt, doet denken aan het contrast tussen de zorgeloosheid die de hoopvolle liederen uit opwekking uitstralen enerzijds, en de hopeloosheid die wordt geproefd in het nemen van bijvoorbeeld een beslissing omtrent het nummer 666, anderzijds.
Kopen kan je het niet, kopen kan je het niet,
Huil en zing met ons om dit leed.
Je vroeg om knipogen Henk? Met het gevaar af om nu al te lijken op een zenuwtrek ter hoogte van de oogleden zal ik je er nog meer geven. Het is namelijk onterecht te denken dat ‘kopen kan je het niet’ een verwijzing is naar het liedje ‘Je kunt het niet kopen met je geld’. Waar deze zin in werkelijkheid op zinspeelt is Openbaring 13:17 Alleen mensen met dat teken – dat wil zeggen de naam van het beest of het getal van die naam – konden iets kopen of verkopen. Vandaar dus ook dat er beroep zal moeten worden gedaan op ‘ruilhandel’, hetgeen voorafgaand vers ‘Ruil je lofgewaad’ nog eens verduidelijkt. Dezelfde ruimte die in veel psalmen en ook bijvoorbeeld in een boek als Job wordt gegeven om stil te staan bij verdrietige gevoelens zoals die in de eindtijd steeds meer op de christen zullen afkomen, wordt geboden in de laatste regel van het refrein: ‘Huil en zing met ons om dit leed.’ Toch schuilt er in het ‘ons’, door de solidariteit en samenhorigheid, een vonk van hoop.
Voorlopig ga ik het hierbij laten Henk. Ik vind het belangrijk om tijd te steken in het uitleggen van hetgeen ik doe, op de één of andere manier lijk ik daar al heel mijn leven mee bezig te zijn, maar er zijn grenzen. Als je trouwens ook maar over één van de liedjes uit de nieuwste toevoeging van opwekking evenveel zinnig kunt schrijven dan ik nu net deed over de eerste acht regels van opwekking 666, zal ik de rest van het lied ook voor je ontrafelen. Misschien dat je dan zal opvallen waarom er geen praatjes meer verkocht kunnen worden, en de vreugdeolie in een steeg gedeald wordt. Of, om een tipje van de sluier en het trouwkleed op te lichten, dat het lied een waarschuwing is voor jongeren om geen ongelijk span te vormen.
Tot slot nog dit Henk… weet je wat het geven van een knipoog en het ontvangen van een knipoog gemeenschappelijk hebben? Het is allebei onmogelijk voor iemand die zijn ogen dicht heeft gedaan. Om te knipogen moet je je ogen open houden. Men zegt wel eens: ‘In het rijk der blinden is éénoog koning.’ Maar als zelfs deze koning zijn laatste oog sluit, wie zal dan de knipoog zien?
Groetjes,
Jake
Amen!