Arnold van Gennep, Fred Durst en Plato.

Het opruimen van mijn kamer, de vondst van oude schijfjes en de herontdekking van Limp Bizkit. Zes jaar geleden zag ik ze zweven in het straatbeeld, boven de hoofden van de mensen: rode petjes met een witte NY. De zanger, Fred Durst, beloofde ons ‘generation strange’ dat we konden vliegen, en zwoer een onbekende andere geen fuck te geven, tenzij:

‘Go ahead and talk shit about my generation cause we don’t, don’t give a fuck and we won’t ever give a fuck until you, you give a fuck about me and my generation’

Tegen wie had hij het eigenlijk? Dat moest die andere generatie zijn: mama, papa en volwassenen in het algemeen. “Niet ‘shit’ luisteren, maar een ‘fuck’ krijgen” dat is wat ik van die generatie moest verlangen. Muziek voor ons jongens in de overgang. We waren geen kind meer maar ook nog geen volwassene. Er zijn nooit duidelijke sociale normen voor pubers en daarom werd extreem gedrag van ons eerder getolereerd. Maar deze tolerantie leek niet genoeg op de acceptatie, het respect, die ‘fuck’ waar we op zaten te wachten. Later vertelde een zekere Arnold van Gennep me dat deze ‘generation x’ vaak in die status ook niet kon deelnemen aan het leven in hun samenleving totdat de liminaliteit werd opgeheven. “Een liminale status is een niet-geaccepteerde of een niet-gedefinieerde rol binnen een cultuur. Liminaliteit is meestal van korte duur. Iemand die in een liminale status zit is meestal onderdeel van een overgang tussen twee geaccepteerde rollen. Tijdens een overgangsfase zijn mensen vaak in een liminale toestand en ze hoeven zich dan ook niet te gedragen naar de normen van hun cultuur.” Verantwoordelijkheidsgevoel is onze generatie trouwens nooit echt bijgebracht, hoewel het de mooiste ‘fuck’ had kunnen zijn die de maatschappij ons kon geven. In plaats daarvan leerde we Plato negeren die zei dat ‘de beste leiders nooit leiders willen worden’ en lieten onze hoofden op hol brengen door leiderschapsmodellen. Uit de gedachten van Plato werd enkel het ingrediënt ‘deligeren’ gedestileerd om de postmoderne verantwoordelijkheidsloze soep toch wat smaak te geven. Ondertussen is de ontgoocheling in deze leiderschapsluchtbel groot, lijkt de ‘generation strange’ toe aan een nieuwe liminale status en begeleidt Limp Bizkit met even veel mooie woorden mijn persoonlijke exodus van een fase waar het eens de intrede van omlijstte: Fred ‘I’ve seen the fight club about 28 times’ Durst geeft de strijd niet op. Zullen zijn voorspellingen dit keer wel uitkomen?

Just one more fight
about your leadership and I will straight up leave your shit
cause I’ve had enough of this and now I’m pissed (yeah)
this time I’m a let it all come out
this time I’m a stand up and shout
I’m a do things my way,
it’s my way,
my way or the highway
Just one more fight about a lot of things
and I will give up everything
to be on my own again,
free again

 Limp Bizkit: May way, 2001.

Slagroom met aardbeien.

aardbei.jpg 

Soms droom ik ervan dat ik een tevreden en gelukkige opa was. Het liefst zou ik alle andere overbodige stappen overslaan en meteen in een schommelstoel kruipen. Achteroverleunend zou ik dan de rook van mijn sigaret wegblazen en over een leesbril mijn vrouw aankijken. Zonder dat ik iets hoefde te vragen bracht ze mij koffie met melk. Mijn kleinzoon, nog niet aangetast door de onverschilligheid van de puberteit, eigenlijk de onverschilligheid vanaf de puberteit, kreeg een glas priklimonade. Ik zou hem vragen of hij al verliefd wilde worden. Ik zou het hem ten sterkste aanraden. Voor iemand vallen is een zegen. Opkijken en dromen… een heerlijkheid. Smachten zonder gereserveerdheid, jezelf verliezen in een ander… pure genade. Ik zou hem vertellen dat het voor ons, mensen uit de postmoderne crisis, heel moeilijk, zelfs onmogelijk was om een dergelijk niveau van heerlijke naïviteit te bereiken. Dat juist die crisis ervoor zorgde dat we nergens meer in konden opgaan, in wilden geloven of onszelf konden verliezen. Ik zou mijn peuk in de asbak drukken en de blik van mijn vrouw ontwijken. Zij zou naar me kijken… en zonder iets te vragen zou ik weten dat die blik me verbood om nog langer over het postmodernisme te praten. Ik zou haar bedanken met slagroom en aardbeien, maar niet waar onze kleinzoon bij was.

Voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies III

          

In deze derde en laatste aflevering van de trilogie ‘voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies’ meer aandacht voor ‘veiligheid’ dan ooit! Nee, geen gele fluo-vestjes dit keer… maar drie onvervalste waarschuwingen.

Waarschuwing 1: Tot mijn verbazing stelde ik vast, toen ik de Dvd’s van Spiderman I en II bekeek, dat bovenstaande waarschuwing ontbreekt. Het logo zou ervoor ontworpen moeten zijn. Misschien dat het censuurapparaat Spiderman III eng genoeg vindt om er toch zo’n spinnetje op te zetten.

Waarschuwing 2: Als je hier denkt foto’s van blote voetballers of blote borsten te vinden omdat je, net zoals vele andere, via één of andere zoekmachine terecht bent gekomen op de titel van deze post, besef dan dat wordpress.com zo vriendelijk is om mij hiervan op de hoogte te houden. Om u toch niet geheel teleur te stellen kunt u hieronder een impressie vinden van de P-magazine-badpakkenspecial en onder de indruk raken van de rest van mijn vakantiewerk.

Waarschuwing 3: De derde waarschuwing werd al vertolkt door de spin bovenaan. Het beeldmateriaal wat u dra te zien zal krijgen kan gevoelens van/en/of angst opwekken.

Keer op keer

Ooit werd ik blij,
Elke keer wanneer,
Iemand zich vergiste,
Wanneer werd verwacht dat jij mij,
Keer op keer,
Miste.
 -
Nu word ik blij,
Elke keer wanneer,
Iets mijn gedachte haalt,
Waarvan wordt verwacht dat jij,
Keer op keer
Faalt.

groetjes uit de Bron I

Het is zoals gek dat ik ervan word. Als je dan zoals een Amerikaanse hoort zeggen zoiets zoals ‘We were like barbecue’n like in like august that whas like awesome’ dan denk je bij jezelf dit is zoals te gek voor woorden. Verder rijst in mij zoiets als een lied zoals ’that’s not like the way, uhu uhu, I like like it, uhu uhu’

‘OJO’ en ‘OJE’: dichterlijke vrijheid of afbreuk aan de canon?

ojo.jpg

Op de internetpagina van Ichtus Gent las ik het volgende: “We willen ons graag verdiepen in het woord van God en het gebruik ervan. Vaak gaan we er te licht over en halen we verzen uit hun context.” 

Dat zowel de medewerkers van de NBV 2004 als de studenten van Ichtus een christelijke boodschap willen uitdragen zal niemand verbazen, maar dat de bijbel door de Gentse postmoderne hermeneutiek gedegradeerd wordt tot een inspiratiebron waaruit men in alle vrijheid mag interpreteren en zelfs veranderen, doet minstens de wenkbrauwen fronzen van een ieder die zich bekommert om de goede vertaling van Gods woord. Op hun kersverse website www.ichtusgent.be laten de Gentse Ichtianen weten: ‘ojo maat, vree wijs’ te zijn. De woorden ‘maat’, ‘wijs’ en zelfs ‘vree’ mogen niemand vreemd in de oren klinken terwijl ‘ojo‘ op zijn minst een middelmatig tot slecht taalgevoel doet vermoeden. In de nieuwe bijbelvertaling kwam ik in Samuël 24:5b een gelijkaardige strottenhoofdbreker tegen: “Ik zal je vijand aan je uitleveren; oje kunt met hem doen wat je goeddunkt.”

Terwijl het in de grondtekst vermelde `asah absoluut geen ruimte laat voor de mogelijkheid ‘oje‘, kiezen de vertalers er toch voor om in de eerste geprinte editie van de NBV 2004 zich in te laten met deze Oost-Vlaamse dichterlijke vrijheid. Vreemd, want nergens anders in de bijbel vinden we ook maar de minste aanleiding om in het geval àsah te spreken van ‘ojo’, ‘oje’ of enige andere gelijkklinkende wansmakelijkheid. Niet onterecht heeft de NBV redactie deze hermeneutische blunder rechtgezet op de online versie: www.nbv.nl. Of het ook de invloed van Gentse poëzie is die de vertalers van Samuël hebben doen besluiten om 2 Samuël 5:12 te interpreteren als: “David besefte dat de HEER hem als vorst over had Israël aangesteld” is wellicht een vraag die in de Oost-Vlaamse hoofdstad aan bod zal komen. Het thema van Ichtus Gent dit jaar is immers ”Verantwoord Bijbelgebruik”.

Voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies II.

          vloeken.jpg 

“Masturbeerde gij?” roept mijn getatoeëerde collega boven het lawaai van de machines uit. Langzaam haal ik de gele dopjes uit mijn oren en terwijl het lawaai zijn intrede doet, antwoord ik “theologie”. Met het besef van mijnentwege dat “wastudeerde gij” inderdaad een aannemelijker vraag was, groeit het besef van zijnentwege dat mijn antwoord hem eigenlijk onbekend in de oren klinkt. Uiteindelijk geeft hij het op en vraagt: “wa is da?”. “Godsdienst” zeg ik snel, want ik heb dit gesprek al honderd keer gevoerd, straks gaat hij vragen of ik pastoor ga worden en ik zet alvast een ontkennend gezicht op om mijn “nee” kracht bij te zetten. Ik zie dat mijn antwoord hem gunstig stemt. “Leraar dan…” probeert hij. Graag bevestig ik zijn tweede poging. Lachend vraagt hij nu: “dan mag ik zekers geen ‘godverdoeme’ zegge?”. “Vloeken is sowieso geen goed plan” lach ik oprecht terug. Meer nog dan bij de introductie van het woord ‘theologie’ vouwt hij zijn gezicht in een ernstig denkende plooi. Terwijl ik me voorbereid op een antwoord wacht ik geduldig tot ik hem zie vragen: “waarom niet?”. “Omdat je dan vraagt ‘God, verdoem mij’”. Ik geniet van de vertwijfelde verbazing waarmee hij me aankijkt. Nog voordat hij het zelf kan, roep ik: “zo had ik het nog niet bekeken”. “Nee…” piekert hij nog even na, “maar er zijn er veul die da zegge he?”.

Mijn broertjes en ik.

Mijn broertjes en ik, wij gingen vroeger nooit naar een museum. We gingen ook nooit bootje paden in de zee of dansen op feesten of skiën in Tirol. Geen pretpark, kermis, restaurant, bioscoop of muziek in de auto lag ooit op onze weg. Het enige festival wat we deden was de Gentse conferentie, een hoogtepunt. We deden wel de opendeurdagen van een compostbedrijf, een farmaceutische fabriek en een drukkerij eer aan. Dierentuinen, natuurwandelingen, en tuincentra waren ook favoriet. Als goede calvinisten waren we getraind om Gods schepping te waarderen, handel en nijverheid in het schild te dragen. Al de rest was voor moderne levensgenieters, Belgen en heidenen of soms het ergste van allemaal… een veelvoorkomende combinatie van de drie. Ik heb nog veel in te halen.

Voetballers, blote borsten en veiligheidsinstructies.

        voetjes.jpg

Terwijl ik mijn BT lifter met vier wieltjes over de betonnen vloer van de fabriek duw denk ik na over de fiets die ik zal kopen. Mijn eigen tweewieler is namelijk gepikt, maar gelukkig wil Randstad me uit de nood helpen. Dit baantje verdient aardig en met een extra slot zou ik me een heel mooie racefiets kunnen veroorloven. De bel gaat. Het is pauze. Als een bekwame gynaecoloog haal ik mijn doosje spaghetti uit de met naakte vrouwenposter beplakte koelkast. Even de microgolf aan om alles op te warmen en dan de eetzaal opzoeken. Tijdens de maaltijd betrap ik mezelf op een kleine perverse gedachte. “Dat moet door al die posters komen” maak ik mezelf verontschuldigend wijs. Niet de affiches die ons jobstudenten wijzen op het belang van veiligheid of de voetbalclub uit Lierse in het seizoen 1996-1997, maar meestal de decoraties met een P van magazine of layboy. Het schijnt goed te zijn voor je mannelijke hormonen. Terwijl ik veder eet blijkt mijn freudiaanse perversie toch dichter bij de waarheid te liggen dan ik hoopte. Toen mij namelijk ter oren kwam dat het maar 10 euro kost voor één nacht, kon ik het niet helpen dat mijn gedachten uitgingen naar plaatsen waar ook de twee Jerichoverspieders plachten te komen. Even verweet ik mijzelf deze merkwaardige verbinding die gelegd werd door de combinatie van de woorden ‘euro’ en ‘nacht’. Achter mij vertelt Harry de sekstoerist in geuren en kleuren waarom de omgebouwde mannen met sterke handen eigenlijk beter zijn dan de andere hoertjes. “Zo zit dat dus” concludeer ik “dat mag ik niet vergeten”. Op het nieuws hoor ik dat een wielrenner uit de tour is gezet. Het verbaast me meer dat er nog wielrenners in de tour zitten dan het rapport waarin staat dat de fietser in kwestie een te hoge testosteronwaarde heeft.

Uit de buurt van fluovestjes

        fluojasje.jpg

Er zijn van die dingen in het leven die je met volle borst een halt wil toeroepen. Meestal gaat het om kleine onzinnigheden die vanzelf voorbij gaan. Niets lijkt minder waar met de gele fluovestjeshype. Terwijl vandaag, wegens een geschorste fietser, de Tour de France van start ging zonder gele trui werd het hele peloton voorafgegaan en afgesloten door auto’s met vermoedelijk allen minstens één oversized geel polyester met reflecterende strippen gedecoreerd jasje in de achterbank. Argumenten voor deze toedracht diept men op uit het veiligheidsvaatje. In geval van pech aan de weg loopt men zelfs het risico om een bekeuring te krijgen voor het niet dragen van een zodanig jasje. Vijanden uit de lagere school waren milder met klasgenoten die de verkeerde kleren droegen.

Toen ik enkele weken geleden tijdens een late wandeltocht een vriendin tegenkwam kreeg ik in plaats van een hartelijke groet een mond vol verwijt dat ik wel dood had kunnen zijn en geen veiligheidsmaatregelen had genomen. Zelfs in de bus naar Leuven kreeg een medereiziger mijn bloed tot op het kookpunt door het onverstoord dragen van deze veiligheidsmaatregel twee uur lang. Wat bezielt die mensen? Zien ze dan zelf niet dat ze met beide ogen rechtstreeks in dezelfde val lopen waarin nu miljoenen verslaafden uit proberen te komen. Over tien jaar komen wetenschappers immers met een verbluffend doch onthullend rapport waarin het dragen van gele fluojasjes wordt aangewezen als doodsoorzaak nummer één! Voorlopig is de wetenschap nog niet zo ver, toch durf ik u allen op te roepen om te bezinnen over de gevolgen van ingrediënten als reflecterende strips, geel en fluo.

« Nieuwere toevoegingen · Oudere berichten »